Bij deze voorbeelden beleef ik geen ik, geen ik-aanwezigheid. dat wat ik ik noem is de ego-ik, die hier achter de computer zit te schrijven om duidelijk te maken wat er beleefd wordt. Het is ook eigenlijk raar om die ego-ik wel ik te noemen, want die bestaat natuurlijk ook niet. Maar in het dagelijks leven is het lastig om dingen aan elkaar uit te leggen als er geen ik gezegd wordt. Hoe zeg je tegen je partner, ik heb de deur op slot gedaan, dus dat hoef jij niet meer te doen. ''de deur werd al op slot gedaan?"" Maar partner wil weten wie dat gedaan heeft.“dat de ego-ik niet achter het stuur zit, maar '"degene, die vanzelf rijdt?"
en
“dat ik '"reageerde vanuit de flow”
… het gaat precies vanzelf… waar is die “ik” dan?
en nu recent:
“alsof ik hier buiten sta”
waar staat dat “ik” dan?
ik denk dat het in het sociale verkeer handig is, als men de personen benoemt.
ja dat zie ik ook , het moet wel een constuctie zijn, want als ik niet besta en er bestaat geen buiten, is er bedacht om het zo aan iemand anders duidelijk te maken. het is een gevoel,(alsof ik hier buiten sta) wat in woorden gezet is om het aan iemand duidelijk te maken."alsof ik naar een film zit te kijken, die niet over mij gaat”
wat is dat “ik” dan die naar de film kijkt – er is alleen kijken - ?
Kan je zien in (jouw) directe waarneming dat “alsof ik hier buiten sta” óók een gedachte-constructie is?
Beschrijf zo gedetailleerd mogelijk waar dat woord "ik" of "mij" naar verwijst, hier en nu, met ander woorden, als je "ik" zegt, waar verwijst dat dan naar in directe ervaring? Heeft het een vorm, een kwaliteit? Wees heel eerlijk voor wat opkomt en (be)schrijf het gedetailleerd (uit).
Ik of mij zijn woorden die in spreek en schrijftaal in de communicatie tussen mensen gebruikt wordt om aan te duiden om wie of wat het gaat. In wezen zijn wij mensen EEN en dezelfde energie, maar in de wereld zijn wij de in een fysiek lichaam geincarneerde energie, die hier op aarde iets komt doen. mijn buurman weer iets anders dan ik en zo voort.
In de wereld spreken we dus over ik en mij als het gaat om een persoon met een bepaalde vorm en een dito kwaliteit en die noemen we meneer/mevrouw x.
In directe waarneming, bijvoorbeeld de eerder genoemde wolken die ik zag, beleef ik geen ik die ze ziet maar verdwijn ik in die wolken en wordt een met ze. ( niet altijd) Dan moet ik die waarneming gaan beschrijven en zal dat dan doen door bijvoorbeeld te zeggen: ik zag mooie wolken.
Terwijl ik dit nu schrijf, voel ik dan meteen weer die afstand ten opzicht van het waargenomene.
Nu komt ook weer het verschil in waarnemen in mij op tussen de eenheidservaring en de ervaring bij de oefening van zondag.
Bij de eerste voelde ik me opgenomen in een groter geheel, ik was het geheel. Bij de oefening voelde ik me meer op afstand komen van de tekst, toen ik deze herschreven had.
ik ga morgen verder met het beantwoorden van de vragen die er nog liggen.

