- De vraag is: kun je hem vinden?
Inderdaad, er ligt een aanname aan ten grondslag vergelijkbaar toen je zei dat niet te vinden niet wil zeggen bestaat niet. Ik kan geen ik vinden en tegelijkertijd kan ik dat niet ervaren anders dan rationeel. Het lijkt op het plaatje van de twee gezichten en de kelk.
Dat het een vekramping oid is, is al een toegevoegde betekenis, een uitleg, een gedachte.
- Als je dat terzijde legt, wat vind je dan?
Een ik-gedachte.
- Zit er een persoon ergens tussen alles wat je aantreft tussen die sensaties en gedachten? Vind je iemand die voor die spiegel staat? Vind je iemand iemand die het erover nadenken doet of die betekenis geeft?
Irriteerde me zojuist aan mijn vrouw, een stroom van sensaties en gedachten, geen ik die dat doet, het stroomt door het systeem zal ik maar zeggen.
Betekenissen duiken op in de gedachtestroom, vandaag zus morgen zo, afhankelijk van stemming, niemand die de betekenis toekent. Irritatie weg hup andere betekenis. Andere sensatie, verkramping in de buik, poging niet te labelen. Het labelen lijkt vast te zitten aan de sensatie maar ik weet dat dat niet zo is.
Ok, er is dus een sensatie en het label 'angst'. Laten we dat eens uit elkaar trekken. Als de aandacht uitgaat naar de sensatie, op een onderzoekende manier.
- Tref je dan in die sensatie een ik-persoon aan?
Alleen een lichamelijke sensatie in de maagstreek, in die sensatie geen persoon.
- Is die sensatie zelf een ik-persoon (niet beredeneren, maar onderzoek, wat tref je aan?)
Nee. De sensatie is er een van kramp, steen op de maag, gevoel dat naar boven kruipt, alles lichamelijk en dan zijn er gedachten.
- Tref je vervolgens in het label 'angst' een ik-persoon aan?
Nee. Die sensaties noem ik angst en vervolgens zeg ik dan: ik heb angst. Inmiddels zie ik wel de overbodigheid van die constatering. Wat voegt het toe of liever het vertroebelt.
Er wordt soms geïdentificeerd en er wordt soms niet geïdentificeerd.
- Is er iemand die zich identificeert?
Er vindt identificatie plaats en de gedachtestroom dat ‘ik’ zich identificeert. Ik probeer ze los te koppelen maar dat is eigenlijk al een onzin opmerking. Rationeel weet ik dat er niks los te koppelen valt, een ding kun je niet loskoppelen maar dat is denken.
- Is er een probleem als er geen identificatie plaatsvindt?
Nee. Dan is er een situatie die ergens om vraagt.
- Is er een probleem als er wél identificatie plaatsvindt?
Ja omdat er een ‘ik’ is. Die wordt gedacht dat weet ik maar het sijpelt niet door bij mij.
Ik heb de indruk dat ik in kringetjes draai, geen ‘poort’ vind. Ik kan dit zien als gedachtestroom met de bijbehorende sensaties en emoties maar niet het gevoel/idee loslaten: dit ben ik.
Ik kan het gevoel van lichte wanhoop zien als een lichamelijke sensatie met een gedachte maar ‘ik’ blijft een rol spelen zelfs al weet ik dat het niet meer dan een gedachte is omdat ik geen entiteit kan vinden.
Groet Louis