Je zegt twee dingen:
1) het IK zijn gedachtes, maar alleen vervelende gedachtes.
2) die gedachtes dringen zich op aan MIJ
Dat klinkt nogal tegenstrijdig. Zie je dat?
Ja, zoals ik het opschrijf en wellicht ook voel is er toch een MIJ (of IK dus) wat last heeft van vervelende gedachtes...
Maar als IK gedachtes zijn dan is MIJ ook een gedachte en daar gaat het mis....
Laten we even wat dieper duiken in een onderzoekje naar gedachtes om te zien of 1) waar is.
Waar komt een gedachte vandaan?
Die komt op. Ik ervaar ze in mijn hoofd als woorden, zinnen, stemmen en beelden.
Waar gaat een gedachte heen?
Die verdwijnt weer zoals de gedachte gekomen is en maakt vaak plaats voor een nieuwe gedachte. Fysiek kan ik niet aangeven waar de gedachte heen gaat. Hij komt in mijn hoofd of in ieder geval in mijn bewuste denken en verwijst zoals de gedachte gekomen is.
Waar vindt een gedachte plaats?
Ik ervaar de gedachte in mijn hoofd, in het denken. Soms ben ik me bewust dat ik een gedachte heb als ik er op ga letten maar vaak ga ik op in mijn gedachten en voelt het als belangrijk onderdeel van mij.
Kan een gedachte denken?
Neen, een gedachte kan niet denken. Een gedachte is een beeld, woord, stem, zin, conversatie wat opkomt in mijn hoofd als onderdeel van het denken maar kan zelf als losse gedachte niet denken
Kan een gedachte waarnemen?
Neen, lijkt me nu duidelijk. Iets kan gedachten waarnemen maar de gedachte zelf kan niet waarnemen. Dat wordt door iets gezien.
Waar is een gedachte van gemaakt?
Niet iets stoffelijks, kan het niet pakken, ervaar het als heel vluchtig, als iets wat komt en gaat maar geen fysieke componenten heeft